26-05-2019
Hallo Dordrecht Feuilleton: Wie vermoordde Alida op de Merwekade (slot)

Wie vermoordde Alida op de Merwekade? is geschreven door Caty Groen en verscheen als feuilleton in verschillende huis-aan-huiskranten. Het verhaal is bewerkt voor Hallo Dordrecht.

Deel 8 (slot)

Wat vooraf ging

Aan de Dordtse Merwekade is Alida de Jong om het leven gebracht met een broodmes uit het huis van juffrouw Kuiper. Later worden ook Clara en Barend uit het burgemeestershuis dood gevonden op hetzelfde bankje langs het drierivierenpunt.

Sien roerde in een pan. Ze was van mening dat niets is zo troostrijk was als roeren in een pan soep. Vorige week vond de begrafenis plaats van haar man Barend. Veertig jaar waren ze getrouwd. De dag erna was de begrafenis van Clara maar daar was ze niet naar toe gegaan, ze had die dag verstard aan de keukentafel gezeten.
'Sientje, kun je even mee naar boven komen?'
Leo, het hulpje van commissaris van der Velden, stak zijn hoofd om de hoek van de keukendeur. Ze zuchtte en schoof de pan van het vuur.
Even later zat ze op de sofa in de salon, waar ze zich tussen alle deftigheid heel ongemakkelijk voelde.

@ stock

Van der Velden stond wijdbeens voor het raam. 'Sien, ik weet dat het geen gemakkelijke tijd voor je is, maar ik hoop dat je mij ook begrijpt. Met de moord op drie mensen heb ik de zware taak een groot probleem op te lossen,' sprak hij gewichtig. 'Kun je me nog eens vertellen waarom Barend die nacht met Clara op het vrijersbankje zat?'
Sien was het ineens zat. Al die vragen, bijna iedere dag werd ze ermee bestookt. Ze wilde zwijgen over de misstappen van haar man. Kennelijk kon hij die misstappen heel dicht bij huis maken, zo is gebleken. Had hij dan helemaal niet aan haar gedacht toen hij een scheve schaats reed met Clara? Nota bene de kokkin uit het burgemeestershuis waar zij en Barend al jaren werken. Clara, die ze samen iedere dag zagen, die als familie was. Het bleek nu dat de geheime relatie tussen Barend en Clara dus onder haar neus plaatsvond. Hoewel ze wist dat haar man dingen deed die het daglicht niet konden verdragen, had ze geen idee dat het zo dicht bij huis, gewoon aan de Kuipershaven, afspeelde.

Kuipershaven met Damiatebrug. @ stock

Ze keek op naar de commissaris. 'Nee, ik kan het u niet vertellen.' Haar stem schoot hoog uit. 'Hij ging wel vaker uit bed 's nachts. Ik heb altijd geweten dat Barend niet deugde, maar wist het pas zeker toen ik het met mijn eigen ogen zag.' Ze zweeg abrupt.
Van der Velden rechtte zijn rug. 'Met je eigen ogen zag, Sien? Heb jij hen samen gezien die nacht? Je hebt altijd beweerd dat je Barend niet uit bed hoorde gaan.'
Sien keek naar de bloemmotieven in het tapijt. Het werd tijd om de commissaris wat uit te leggen, ze kon niet anders.

Juffrouw Kuiper uit de Wijnstraat keek met een vies gezicht naar de jonge Leo. 'Ik hoef dat broodmes nooit meer terug.' Ze rilde bij het idee om een boterhammetje te snijden met een moordwapen. En nu kwam die Leo ook nog vertellen dat ze als getuige moest verschijnen op het politiebureau om officieel te verklaren dat dit mes haar eigendom was en uit haar keuken was verdwenen. 'Zeg maar tegen je baas dat ik geen tijd heb om naar het bureau te komen voor al die fratsen. Het mes wil ik niet meer in huis hebben. Als jullie er mee klaar zijn, gooi het dan maar weg voor mijn part. En als je me nu wilt excuseren jongeman, ik heb nog meer te doen.'

@ stock

Bibberig dronk Sientje haar kopje thee. De burgemeester en zijn vrouw waren aan weerszijden van haar op de sofa gaan zitten en praatten zachtjes op haar in. Ze kon gerust vertellen wat ze allemaal had gedaan, de burgemeester en zijn vrouw zouden niet minder om haar geven. Trillend bracht Sien het kopje naar haar lippen. Ze had zojuist verteld over de nacht dat ze achter haar man aan was gegaan en dat ze had gezien hoe hij op het bankje aan de Merwekade plaatsnam naast een vrouw. Ze kon niet zien wie die vrouw was. Met ogen vol tranen was ze naar huis teruggelopen. Ze was niet dichterbij het bankje gegaan om te kijken wie die vrouw was. Ze durfde niet, bang om door hen ontdekt te worden. Eenmaal thuis wilde ze nadenken over hoe ze haar man hiermee zou confronteren. Ze had dus absoluut niet gezien wat zich daarna aan de Merwekade had afgespeeld. De commissaris keek haar aan. In zijn hart geloofde hij haar.

Na een klopje op de deur kwam Leo binnen en fluisterde zijn ervaringen van het gesprek met juffrouw Kuiper uit de Wijnstraat in het oor van zijn baas. Van der Velden was verbaasd over de afstandelijkheid die juffrouw Kuiper aan den dag legde.
Hij kreeg een idee en keerde zich naar de sofa. 'Sien, denk eens na. Was juffrouw Kuiper op de begrafenis van jouw man?'
Sien keek verwonderd op van haar thee. Ook de burgemeester en zijn vrouw waren verbaasd over deze vraag. Sien wist precies wie er wel en niet waren geweest op de begrafenis van Barend. Ze wist wie er was komen condoleren, wie er in de kerk waren geweest en wie er na de dienst in de stoet achter haar aan was gelopen naar de begraafplaats.
'Nee, juffrouw Kuiper was niet op de begrafenis. Waarom vraagt u…', maar de commissaris was de salon al uitgelopen.

Mijn koffer staat al gepakt, zal ik direct met u meegaan?

Met grote stappen beende Van der Velden naar de Wijnstraat. De voordeur bij juffrouw Kuiper stond open, want het daghitje zeemde de ramen. Van der Velden duwde de deur verder open en liep direct naar de salon, waar het leek of juffrouw Kuiper al op hem wachtte. Ze zat in een stoel en haar handen rustten in haar schoot. Ze keek op naar Van der Velden. 'Ik wist dat dit slechts een kwestie was van tijd. Mijn koffer staat al gepakt, zal ik direct met u meegaan?'

Burgemeester jonkheer von Franckenvoort hief zijn cognacglas naar commissaris Van der Velden. 'We zullen je missen, mijn beste.'
Mevrouw glimlachte, ze wist dat haar man dit niet meende. Beiden waren blij dat deze afschuwelijke geschiedenis achter de rug was en de rust in de stad eindelijk terugkeerde.
De woning van juffrouw Kuiper zou spoedig in de verkoop komen. Andere mensen zouden in het huis gaan wonen en alles zou weer worden als voorheen, maar zonder Barend en Clara in het huis. Ze zuchtte.

De Wijnstraat. @ Regionaal Archief Dordrecht

Van der Velden nam een flinke slok van zijn cognac. 'Die juffrouw Kuiper heeft zich verraden door zich zo te distantiëren van de zaak, maar haar grootste fout maakte ze door van de begrafenis weg te blijven. Iedereen uit de naaste omgeving was er en zij niet.'
Mevrouw von Franckenvoort rilde. 'Wie had gedacht dat die keurige juffrouw Kuiper tot drie keer toe in staat was tot deze gruwelijke daden?'
'Och mevrouw, als commissaris weet ik inmiddels dat een moordenaar er nooit uit ziet als een moordenaar. Anders waren alle zaken snel opgelost. Deze vrouw handelde uit frustratie. Ze begon in het diepste geheim een relatie met Barend en ze dacht dat zij de enige was. Toen ze vermoedde dat Barend er misschien nog een paar vriendinnetjes op na hield, ging ze zijn gangen na. Eigenlijk op dezelfde manier als Sientje deed. Het bleek dat Barend veel op stap ging en andere vrouwen opzocht. Dat deed hij zelfs vaak nadat hij bij juffrouw Kuiper was geweest. Kennelijk was één maîtresse niet genoeg. Tegen zijn eigen vrouw zei Barend dat hij bijvoorbeeld een extra repetitie had van het koor of een vergadering van de mannenvereniging. In werkelijkheid sloop hij dan door de achterdeur het huis van juffrouw Kuiper binnen. Al die extra avonden weg wekte ook bij zijn eigen vrouw argwaan. En zonder dat Barend het wist werd hij vaak 's nachts gevolgd door zowel zijn vrouw als zijn minnares juffrouw Kuiper.

Juffrouw Kuiper was de eerste die zag dat Barend afspraakjes had met nóg een vriendin. Op warme zomernachten zat hij op het bankje aan de Merwekade met een vrouw. Juffrouw Kuiper kon in het donker niet zien wie het was, net als Sientje later. Toen ze met haar keukenmes Alida de Jong neerstak, dacht ze dat ze haar concurrente uit de weg had geruimd. Maar hij bleef eropuit gaan en zo ontdekte juffrouw Kuiper dat ze een fatale fout had gemaakt toen ons aller Barend opnieuw met een vrouw plaatsnam op het vrijersbankje.

De Wijnstraat vanaf de Boomstraat. @ Regionaal Archief Dordrecht

Alida de Jong had niets te maken met Barend maar ging ongelukkigerwijs even op het zogeheten vrijersbankje zitten toen ze 's nachts niet kon slapen van de hitte en in de zoele nacht even naar buiten was gegaan. Later sloeg juffrouw Kuiper weer toe en nu was het goed raak. Ze wachtte bewust op beide slachtoffers. Barend moest er ook aan geloven want juffrouw Kuiper voelde zich diep gekrenkt. Dat was het einde van een dramatische affaire.'
De burgemeester schudde zijn hoofd. 'Een vreselijke zaak, mijn beste. Geef me je glas, dan schenk ik nog wat cognac bij. Ik denk dat Sientje straks de koffie klaar heeft.'

*** Slot ***


19-05-2019
Hallo Dordrecht Feuilleton: Wie vermoordde Alida op de Merwekade (7)

Wie vermoordde Alida op de Merwekade? is geschreven door Caty Groen en verscheen als feuilleton in verschillende huis-aan-huiskranten. Het verhaal is bewerkt voor Hallo Dordrecht.

Deel 7
Wat vooraf ging

Alida de Jong is om het leven gebracht met een broodmes uit het huis van juffrouw Kuiper. De politie tast nog steeds in het duister over de dader. Sien, die met haar man Barend in het burgemeestershuis werkt, gaat op een nacht achter haar echtgenoot aan. Die blijkt een afspraakje te hebben met een vrouw.

'Mijn beste Sien. Ik zal maar Sien zeggen. Ik weet dat het een moeilijk moment is maar je moet toch proberen om antwoord te geven op een paar vragen. Heb je gemerkt dat je man uit bed ging vannacht? Sien, kun je je nog herinneren dat Barend uit bed stapte?'
Sien zat aan de keukentafel en staarde voor zich uit. Commissaris van der Velden stond in de keuken en keek neer op het verdwaasde hoopje mens. Hier zat iemand die voor hem totaal onbereikbaar was. Zelfs met zijn hulpje Leo was niets te beginnen. Die staarde, al even verdwaasd, uit het keukenraam. Hij had wel gemerkt dat Leo liever in de keuken zat bij de gezellige kokkin Clara dan dat hij behulpzaam was bij het oplossen van de moord op Alida de Jong. Uiterst vervelend allemaal.

@ stock

Er was verder was er niemand in de keuken en Van der Velden schudde een onbehaaglijk gevoel van zich af. Normaal gesproken was dit het warme hart van het huis. Nu stond er niets op het vuur te pruttelen, was er geen gezang van de meid die aardappels schilde met het houten kistje op haar schoot en was er geen kokkie Clara die in de soep roerde.
Kokkie Clara, die leuke struise meid, was vannacht dood gevonden op het vrijersbankje op de Merwekade. Ze zat tegen Barend aan die eveneens het leven had gelaten, zijn arm nog om haar heen. Bij beiden was de schedel ingeslagen. Als je niet beter wist, leek het een verliefd stelletje dat op een bankje zat en uitkeek over het drierivierenpunt. Maar als je dichterbij kwam keek je in de verstarde blik van Barend en had Clara een dikke streep geronnen bloed op haar zomerjurk.
Een voorbijganger had ze bij het eerste ochtendgloren opgemerkt toen hij goedemorgen zei en geen antwoord kreeg.

 

Sien was een beetje bazig over haar man, maar vooruit, zoiets heb je toch in bijna ieder huwelijk?

 

Het nieuws sloeg in als een bom, niet in de laatste plaats in het burgemeestershuis. Nog een moord, twee tegelijk nog wel.
Commissaris van der Velden, die nog bij de burgmeester logeerde vanwege het oplossen van de moord op Alida de Jong, probeerde inzicht te krijgen in de materie.
Kokkie Clara was een leuke vrouw van veertig. Niet getrouwd, geen verloofde of vrijer maar dat scheen haar niet te deren. De altijd opgewekte kokkin deed haar werk met plezier, kon goed met iedereen overweg en werd door de vrouw des huizes op handen gedragen.
Ook Barend was al jaren als knecht werkzaam in het burgemeestershuis. Hij was al over de zestig maar keek nog lang niet uit naar zijn pensioen. Het liefst wilde Barend voor altijd de burgemeester blijven dienen. Barend chauffeerde de burgemeester overal heen en dat deed hij met trots. De vrouw van de burgemeester had destijds de kleermaker opdracht gegeven om een uniform te maken dat Barend bij officiële gelegenheden aan kon trekken. Met zijn pet strak op het hoofd en de laarzen gepoetst leek Barend dan wel een militair.

@ stock

Als hij niet hoefde te rijden, poetste hij de auto tot die glom en blonk. In het huis deed hij klusjes en poetste de schoenen van de burgemeester. Hij repareerde kleine gebreken, ruimde de schuur op en onderhield de tuin. Voor het grote tuinwerk kwam een hovenier. En hoewel Barends vrouw Sien niet de makkelijkste was, leek het huwelijk toch goed. Sien was een beetje bazig over haar man, maar vooruit, zoiets heb je toch in bijna ieder huwelijk? Maar kennelijk was er meer aan de hand.
De huisknecht die dood wordt gevonden met zijn arm om de kokkin heen, leek niet echt het voorbeeld van een goed huwelijk. En nu moest hij, Van der Velden, proberen om een zinnig woord te krijgen uit de echtgenote. Hij dacht niet dat deze vrouw vandaag zou gaan praten.
'Beste Sien, ik hoop dat je verstandig genoeg bent om mij in vertrouwen te nemen. Je kan met mij gerust over deze dingen praten. Probeer nu goed na te denken. Heb je vannacht je man uit bed horen gaan?'
Eindelijk keek Sien omhoog naar het gezicht van de commissaris, dat strak stond van spanning. Hij deed zijn best om vriendelijk en meelevend te zijn. Sien keek hem recht in de ogen en zei: 'Nee, ik heb niets gemerkt.'

Deel 7 van Wie vermoordde Alida op de Merwekade? kun je lezen vanaf zondag 26 mei.


12-05-2019
Hallo Dordrecht Feuilleton: Wie vermoordde Alida op de Merwekade (6)

Wie vermoordde Alida op de Merwekade? is geschreven door Caty Groen en verscheen als feuilleton in verschillende huis-aan-huiskranten. Het verhaal is bewerkt voor Hallo Dordrecht.

Deel 6

Wat vooraf ging

De moord op de 27-jarige Alida de Jong is nog niet opgelost. Het houdt de bewoners en winkeliers in de binnenstad van Dordrecht volop bezig, vooral nu blijkt dat de vrouw om het leven is gekomen met een broodmes uit het huis van juffrouw Kuiper.

Het is half zes als de eerste vogels beginnen te fluiten en een streepje daglicht zichtbaar wordt aan de horizon. Vanuit haar bed ziet Sientje hoe de natuur zich opmaakt voor de nieuwe dag. Er waren momenten dat ze hiervan genoot, maar dat lijkt lang geleden. Naast haar is het bed leeg. Barend moet al een tijd geleden zijn opgestaan, waarschijnlijk toen zij toch even was ingedut. Ze weet dat hij om half zes nog niet uit bed hoeft, klokslag zes uur staan ze altijd op, maar ook dat lijkt lange tijd geleden. Tegenwoordig is Barend soms al helemaal aangekleed en akelig vrolijk, de andere keer wil hij zich knorrend nog een keer omdraaien en bromt hij dat zij zelf maar voor het ontbijt voor de burgemeester moet zorgen. Wat onzin is, want daar zorgt kokkie Clara voor.
Sientje is blij dat ze de overgordijnen heeft opengelaten toen ze naar bed ging. Ze staart naar de boomtoppen die als nog donkere schaduwen heen en weer wiegen.

Damiatebrug in de jaren 30. @ Regionaal Archief Dordrecht

Het lijkt een mensenleven geleden dat ze trouwde met Barend. Zij was een jong meisje uit een vrolijk gezin met vier dochters en hij was een knappe jongen uit een gezin met nog een broer en een zus, maar waar de familieleden niet zo hecht en onbezorgd met elkaar omgingen. Misschien was die vrolijke boel bij haar thuis voor hem een reden haar te kiezen als verloofde. Het zou kunnen dat het hem destijds meer ging om het gezellige familieleven in haar ouderlijk huis dan om haar persoonlijk.
Hij was een jongen die zich moeilijk kon uiten. In hun verkeringstijd vond zij dat een interessante eigenschap, zo'n jongen die niet veel sprak en zwijgzaam was als het over zijn zielenroerselen ging. Ze kon er haar zorgzaamheid helemaal op loslaten en deed zoals veel meisjes en vrouwen doen: ze begon hem te bewerken omdat ze wilde dat hij net zo in het leven stond als zij. In hun huwelijk ging ze daarmee door. Ze had niet in de gaten dat ze Barend smoorde met haar gedrag dat ook wel een beetje op gedram begon te lijken. De dominee had eens tegen haar gezegd dat een echtgenoot een echtgenoot was en geen machine die bijgesteld moest worden totdat alles werkte zoals zij dat wilde. Ze zou er alleen maar het tegenovergestelde mee bereiken.
Ze had op dat moment gezwegen, ze wist dat de dominee gelijk had. Barend zocht al in hun verkeringstijd andere vrouwen op, waarschijnlijk om onder de beklemming van haar, zijn verloofde en later zijn vrouw, uit te komen. Vanwege de schande wilde ze niet met hem breken, maar toen ze ontdekte dat Barend er regelmatig een verhouding op na hield, waren haar liefde en haar humeur bekoeld en bestond hun huwelijk enkel op papier en voor de buitenwereld. Tot haar verdriet bleven ze kinderloos.

Ze kwamen samen te werken als dienstbode en huisknecht in het grote burgemeestershuis. Sientje was daar altijd dankbaar voor geweest, zo kon ze een oogje houden op het doen en laten van haar man. Maar je de klok rond bezighouden met controleren viel niet mee. Hij had ook recht op zijn wandelingetjes, koorrepetities, de mannenvereniging. Allemaal zaken waarvoor zij hem de deur uit moest laten gaan en hij hoogstwaarschijnlijk opgelucht bij een andere vrouw aan de keukentafel ging zitten. Ze wist het zeker want ze was van mening dat vrouwen zoiets aanvoelen.
Vanmorgen ook weer. Wie weet hoe lang hij al op was, misschien was hij al uren weg? Een traan gleed langs over haar wang langs haar oor en op het kussen. Ze wilde weten met wie hij nu weer aan de rol was. Vanavond zou ze wakker blijven en hem achterna gaan als hij weg ging. Zuchtend stond ze op.


Ze zag dat er nog iemand over de Merwekade liep en haar hart bonsde in haar keel


Toen Sientje de keukendeur van het burgemeestershuis binnenkwam, was Clara al bezig met de thee. Iedereen in het huis kreeg 's morgens een kopje thee en een beschuitje met boter op de kamer. Het ontbijt werd beneden in de eetkamer geserveerd. De altijd vrolijke Clara smeerde samen met Sientje de beschuiten. 'Vooruit Sien, als jij meehelpt met thee in de potjes doen, dan help ik jou straks met bedden afhalen als ik het soepvlees heb opgezet. Dan doen we daarna een lekker bakkie, wat jij?'
Sientje zei niets. Ze had verwacht Barend beneden aan te treffen maar hij was er kennelijk nog niet.
'Is Barend al binnen geweest?' vroeg ze.
Clara lachte. 'Nou moe, moet je dat aan mij vragen? De dag is net begonnen, jij zal toch wel beter weten waar hij is dan ik.'

Toen Clara en Sientje uit de eetkamer kwamen, zat Barend aan de keukentafel schoenen te poetsen. 'Ha, daar is de grote afwezige,' lachte Clara. 'Je eigen vrouw wist vanmorgen vroeg al niet waar je was.'
Barend lachte mee. 'Ik was heel vroeg wakker en heb eerst het schuurtje een beetje opgeruimd. Ik snap niet waar jullie je zo druk over maken.'
Sientje keek naar haar man en vertrouwde het niet.

Schrijversstraat jaren 20. @ Regionaal Archief Dordrecht

Die avond dwong Sientje zichzelf wakker te blijven. Zo rond middernacht stond Barend zachtjes op. Toen Sientje het bed voelde bewegen, luisterde ze met gesloten ogen naar wat er gebeurde. Ze hoorde hoe haar man zich aankleedde en zachtjes de slaapkamer verliet. Beverig kleedde ze zich ook aan.
Even later liep ze op straat en volgde Barend op veilige afstand. Hij liep de Kuipershaven af, de Schrijversstraat door en de Wijnstraat in. Ze hield haar pas in om hem niet te dicht te naderen. Hij liep langs het huis van juffrouw Kuiper, langs het huis van de dominee, de bakkerswinkel, de winkel van Willem Verschoor. Zijn stappen werden doelbewuster en sneller. Sientje moest er flink de pas in zetten om hem bij te houden.

Merwekade bij nacht in de jaren 20. @ Regionaal Archief Dordrecht

Aan de rand van de stad zag ze de Beneden Merwede glinsteren in het maanlicht. Op de Merwekade stopte Barend, keek even uit over de rivier en keek toen om zich heen. Sientje drukte zich tegen de huizen aan waar het aardedonker was en niemand haar kon opmerken. Verdriet golfde omhoog en benam haar bijna de adem. Dat je zoveel jaren getrouwd bent en nu achter je man aan moet jagen om te kijken wat hij uitspookt is toch wel verschrikkelijk, dacht ze. In het holst van de nacht nog wel. Als ik dat vroeger had geweten, was ik nooit met hem getrouwd. Dan had mijn leven er vandaag de dag vast heel anders uit gezien; fijner en onbezorgder. Ze zag dat er nog iemand over de Merwekade liep en haar hart bonsde in haar keel.
In het donker kon Sientje niet zien wie er vanaf de andere kant op Barend af kwam lopen. Ze zag enkel het silhouet van een vrouw. De panden van de japon van de vrouw waaiden een beetje op in de wind. Sientje zag dat de ontmoeting allerhartelijkst was. Barend gaf haar een kus op iedere wang en samen gingen ze op een bankje zitten. Het vrijersbankje. Het bankje waarnaast Alida de Jong vermoord was gevonden.

Deel 7 van Wie vermoordde Alida op de Merwekade? kun je lezen vanaf zondag 19 mei.


05-05-2019
Hallo Dordrecht Feuilleton: Wie vermoordde Alida op de Merwekade? (5)

Wie vermoordde Alida op de Merwekade? is geschreven door Caty Groen en verscheen als feuilleton in verschillende huis-aan-huiskranten. Het verhaal is bewerkt voor Hallo Dordrecht.

Deel 5

Wat vooraf ging

Alida de Jong wordt met een broodmes om het leven gebracht op de Merwekade in Dordrecht. Het zilveren broodmes is afkomstig uit unieke cassette, gemaakt door een zilversmid uit Zwijndrecht. Deze cassette is een familiestuk en behoort toe aan de vrijgezelle juffrouw Kuiper die in de Wijnstraat woont.

'Clara.'
'Ja mevrouw.'
'Is alles klaar voor de thee van vanmiddag?'
'Zeker mevrouw.'
'Wat hebben we?'
'Sprits van bakker De Koning.'
'Natuurlijk,' onderbrak mevrouw Von Franckenvoort lachend. 'Leve de sprits van De Koning. Mevrouw De Koning zal verguld zijn als zij haar eigen baksel proeft. Nu ja, het baksel van haar man. Is er nog iets anders dan zijn onvolprezen sprits?'
'Zeker mevrouw. We hebben ook caramels, flikken, cake en appelschuitjes.'
'Toe maar, daar komen we de middag wel mee door.'
Clara glimlachte nog toen mevrouw de keuken verliet om haar middagjapon aan te trekken.

@ stock

De vrouw van de burgemeester zag altijd een beetje op tegen de handwerkmiddagen met de dames van de kerk. Ze vond het moeilijk zich een houding te geven als de roddels al te erg werden. De bezoeken rouleerden en deze keer kwamen de dames dus naar het burgemeestershuis. De oude mevrouw Cools, de moeder van de dokter, mevrouw De Koning van de bakker, mevrouw Verschoor van de potten- en pannenwinkel, de vrouw van de dominee natuurlijk, de vrouw van de directeur van de scheepswerf en juffrouw Kuiper.
De dames breiden en borduurden dat het een lieve lust was, alle werkstukjes werden verkocht tijdens de jaarlijkse bazaar van de kerk. De opbrengst kwam ten goede aan de diaconie. Het enige moment waarop de monden stopten met spreken was wanneer er voldoende zoetigheid in zat. En als het de beurt was aan mevrouw Von Franckevoort om gastvrouw te zijn, dan zorgde haar kokkie Clara daar gelukkig overvloedig voor.
Het was voor haar als burgemeestersvrouw moeilijk om deel te nemen aan verschillende gesprekken en zich tegelijkertijd diplomatiek afzijdig te houden van de roddels. En reken maar dat de roddelmachine vanmiddag op volle toeren zou draaien.

De Damiatebrug met daarachter de Kuipershaven. @ Regionaal Archief Dordrecht

Mevrouw Von Franckenvoort hield twee japonnen omhoog. Ze koos voor een donkerblauwe met witte bloemetjes en lange mouwen. 'Draag in gezelschap overdag altijd iets met een mouwtje', leerde haar moeder haar toen ze nog een meisje was. Ze glimlachte toen ze de japon aantrok. Het was toch al zeker veertig jaar geleden dat ze een meisje was. Keurend keek ze in haar juwelendoosje en pakte haar dunne parelketting, die ze eenvoudig maar stijlvol vond.
Er klonk een zacht klopje op de deur. 'Lieve, kan ik even binnenkomen?'
'Natuurlijk schat.'
Het bezorgde hoofd van de burgemeester verscheen om de hoek van de slaapkamerdeur.
'Ik kom je even vertellen dat ik vanmiddag met Van der Velden mee ga.'
'Ach lieverd toch, het is voor jou ook een vervelende toestand.'
'Dat is het zeker.'
Zuchtend liet jonkheer Von Franckenvoort zich op de rand van het bed zakken. Zijn vrouw keek naar hem door de spiegel van haar toilettafel. Soms had ze er een beetje moeite mee om de vrouw te zijn van de burgemeester, maar deze dagen had ze er ronduit een hekel aan. Het ging haar aan het hart haar man dag in dag uit zo vermoeid rond te zien lopen. Hij had het beste met zijn burgers voor en nu wist ze pas dat een moord in de stad ook een zware wissel trekt op de bestuurder ervan. Ze wilde dat ze met hem weg kon, ver weg Dordrecht, de Zwijndrechtsewaard of welke waard in de omtrek dan ook. Ze zou het liefst afreizen naar Limburg om daar te gaan wandelen in de heuvels of desnoods met de trein naar noordoost Groningen. Alles beter dan dit, alles beter dan theekrans met de dames van de kerk, alles beter dan lange sokken met kabels breien op vier pennen of de rand van een tafelkleed voorzien van een geborduurd stiksel.
'Commissaris van der Velden en ik gaan praten op het hoofdbureau. Daar zijn vanmiddag lui die gespecialiseerd zijn in moord en doodslag. Hoe vaak maken wij in Dordrecht nou zoiets mee? En het is extra vervelend dat ook Zwijndrecht er bij betrokken schijnt te zijn.'
'Kom, kom, lieveling. Je doet net of het een gebeurtenis is, waar jij je nu persoonlijk schuldig over voelt. Het is onzin om zo'n houding aan te nemen. Moord en doodslag is van alle tijden en gebeurt overal, ook in Dordrecht?'
'Als die dames vanmiddag op de thee komen dan wil ik niet dat je daar over praat, lieveling. Hoor je me? Beloof je me dat je daar absoluut niet over praat vanmiddag?'

 

Juist vanmorgen had ze haar man verteld dat ze slecht sliep sinds de moord

 

'Citroen of melk in de thee?'
'Melk graag.'
Mevrouw Von Franckenvoort schonk nog eens in.
'Dus ik zeg tegen mijn man: vooruit, naar binnen met dat geklets. We gaan niet alles uit staan meten buiten. Als ik ergens een hekel aan heb, dan is het aan al dat gezwets op straat. En geloof me, die Willem van mij die kan er wat van.'
'Dat weten we allemaal, mevrouw Verschoor.' De vrouw van bakker De Koning probeerde zo neutraal mogelijk te kijken. Alle dames lachten.
Zuinigjes pakte mevrouw Verschoor haar sok weer op en begon verwoed verder te breien.
Mevrouw Smit, de vrouw van de directeur van de scheepswerf, trok haar mond in een geforceerde glimlach. Ook de vrouw van dominee Schaap deed een poging tot een glimlach. Ze knabbelde op een krakeling en was nog steeds een beetje van streek. Juist vanmorgen had ze haar man verteld dat ze slecht sliep sinds de moord. De betreurde juffrouw kwam trouw iedere zondag naar de kerk maar verder kende ze haar eigenlijk niet goed. Ze wist ook niet eens of haar man wel eens bij haar op huisbezoek was geweest. Evenmin wist ze of de juffrouw bijvoorbeeld ooit ouderlingenbezoek had gehad. Dat moest haast wel, maar haar man had daar nooit iets over gezegd. Vanmorgen wilde ze hem in vertrouwen nemen over al die dingen, maar hij deed zo raar afwijzend dat ze er van schrok. Altijd nam hij haar in vertrouwen over alle zaken die geestelijk Dordrecht bezighielden en nu nam hij niet eens de moeite om naar haar te luisteren. Hij wilde ook niet vertellen of hem soms iets ter ore was gekomen in zijn functie van predikant. Zij voelde zich buitengesloten. Ze probeerde er niet aan te denken hoe dit vanmorgen op haar overkwam, anders zou ze hier in het burgemeestershuis in tranen uitbarsten.

@ stock

Grote afwezige op de theekrans was juffrouw Kuiper. Uiteindelijk verwoordde mevrouw Verschoor waar ze op dat moment allemaal aan dachten. 'Durft juffrouw Kuiper niet te komen?' Breipennen tikten, de oude mevrouw Cools knipte een draadje borduurgaren af met een zilveren schaartje.
'Och, het is nog vroeg. Misschien had ze wat oponthoud,' zei de gastvrouw.
Trefzeker en zonder bril stak mevrouw Cools de draad door de naald. 'Oponthoud?'
Mevrouw Verschoor telde de steken op de breipen. 'Moest ze het tafelzilver tellen en miste ze toen het broodmes?' Ze was de enige in het gezelschap die lachte.
Beneden werd hard aan de koperen bel getrokken. Even later stapte juffrouw Kuiper de salon in. De bezige handen stopten, handwerkjes zakten op schoot en niemand zei iets.
Leek het maar zo of sprak juffrouw Kuiper op meer afgemeten toon dan anders toen ze zei: 'Goedemiddag, dames. Neem mij niet kwalijk dat ik iets later ben, ik werd wat opgehouden.'

Bovenste foto: De Wijnstraat vanuit de Wijnhaven, eind jaren 20. @ Regionaal Archief Dordrecht

Deel 6 van Wie vermoordde Alida op de Merwekade? kun je lezen vanaf zondag 12 mei.


28-04-2019
Hallo Dordrecht Feuilleton: Wie vermoordde Alida op de Merwekade? (4)

Wie vermoordde Alida op de Merwekade? is geschreven door Caty Groen en verscheen als feuilleton in verschillende huis-aan-huiskranten. Het verhaal is bewerkt voor Hallo Dordrecht.

Deel 4

Wat vooraf ging

Het is 1928 en aan de Merwekade wordt Alida de Jong vermoord gevonden met naast zich een bebloed broodmes. De recherche heeft nog geen nuttige aanknopingen totdat uit technisch onderzoek blijkt dat het zilveren broodmes afkomstig is uit een unieke cassette, gemaakt door een zilversmid uit Zwijndrecht.

Visser en Zn. Juweliers sinds 1870. Het koperen uithangbord van het winkelpand aan het Veerplein in Zwijndrecht blonk in de augustuszon. Agent Willems, die commissaris Van der Velden van Dordrecht naar Zwijndrecht chauffeerde, had het warm. Onderweg waren ze langs weilanden gereden waar boeren stro bonden en soms ging de auto stapvoets omdat er een melkkar voor hen uit reed. Ook in Zwijndrecht waren boeren druk bezig op het land. Het leek volkomen windstil, de hitte zinderde al vroeg boven het land.

Commissaris Van der Velden had eerst op het vriendelijke pleintje rondgekeken. Aan de ene kant zag hij de huisjes op de dijk, aan de andere kant keek hij uit over de rivier met aan de overkant de scheve toren van de Grote Kerk in Dordrecht.
De juwelierswinkel straalde oude rijkdom uit. In de etalage lagen enkele kleine, verfijnde gouden en zilveren sieraden. In de hoek stonden een paar sierlijke stukjes zilverwerk zoals een dienblad, een kinderkroesje, een bonbonschaaltje, een twaalfdelige cassette.

Met een loep bekeek de jonge juwelier het zilvermerk op het broodmes dat Van der Velden hem liet zien. 'Ja hoor, definitief een cassette van ons. Het zilvermerk is van mijn vader. Ik ken de cassette wel, maar mijn vader zou er veel meer over kunnen vertellen. Helaas is hij vorig jaar overleden.'
De mondhoeken van Van der Velden gingen naar beneden. Dat was een lelijke streep door de rekening. Die vader van deze snotaap had hem kunnen helpen aan een schat van informatie, dit broekie kwam amper kijken.
De juwelier gaf het mes terug en zei: 'Mijn vader hield een kaartsysteem bij van alle stukken die hij verkocht, ik kan de kaart wel even voor u opzoeken.'

De Rotterdamseweg in Zwijndrecht eind jaren 20. @ Regionaal Archief Dordrecht

Met een flink vaartje reed agent Willems de Rotterdamseweg op. Hobbel af naar beneden en dan moest het hier ergens zijn. Een lieflijk huis met een rood pannendak, zo bromde de commissaris. 'Stop Willems.'
De agent remde harder dan de bedoeling was en met veel lawaai kwam de auto tot stilstand. De commissaris was door de noodstop naar voren geschoten in de bank, zijn hoed stond scheef op zijn hoofd. Hij verbeet een vloek en stapte haastig uit. Met geoefend oog bekeek hij het huisje. Niets op aan te merken zo op het eerste gezicht. Rozenstruik naast de voordeur, een grindpaadje, alles keurig in de verf, schoon en nog eens schoon. Maar ervaring had Van der Velden ook geleerd dat schoon soms allerminst schoon was. Harder dan hij wilde trok hij aan de gepoetste koperen bel.

 

Het is niet erg als je met oude juffrouwen te maken krijgt, maar het duurde allemaal twee keer zo lang

 

Ze moest met een glaasje water worden bijgebracht. Van der Velden wachtte geduldig tot hij verder kon gaan met zijn vragen. Agent Willems, blij dat hij meer kon zijn dan alleen chauffeur, zat naast de fragiele vrouw op de rieten bank in de voorkamer en klopte zacht op haar hand. Beverig nam ze nog een slokje water dat hij voor haar had getapt in het keurige keukentje met Brabants bonte gordijntjes voor het keukenraam.
Van der Velden stond voor het raam dat wagenwijd openstond. Geluiden van de drukke Rotterdamseweg drongen naar binnen. Een vrouw met een kinderwagen wandelde voorbij, een jongetje op klompen vermaakte zich in de buurtuin met een tol en een meisje was aan het touwtjespringen. Haar paardenstaart met linten er omheen wipten op en neer. Hij probeerde zijn ongeduld de baas te blijven. Het is niet erg als je met oude juffrouwen te maken krijgt, maar het duurde allemaal twee keer zo lang. Hij trok zijn mond in een glimlach en probeerde die vast te houden toen hij zich naar de oudere dame omdraaide.
'Juffrouw Kuiper, als ik het goed begrijp dan is dit broodmes van uw nicht Bea Kuiper die in Dordrecht woont. De cassette is dus een familiestuk dat van uw beider grootouders was. Na het overlijden van uw beider grootouders ging bij het verdelen van het stukken deze cassette naar uw nicht.'
'Dat klopt mijnheer', antwoordde Maartje Kuiper. 'Ik kan u verder niets vertellen, ik bedoel, wat kan een mens nog meer vertellen over messen en vorken? Het was een prachtige cassette, compleet met een sierlijk broodmes. Juwelier Visser is een eersteklas zaak hier in Zwijndrecht. En nu vertelt u dat met dit mes van mijn nicht iemand is neergestoken?'
'Juffrouw, denkt u eens goed na. Kent u iemand met de naam Alida de Jong?'
Maartje Kuiper dacht na. 'Is het iemand van Zwijndrecht?'
'Inderdaad juffrouw.'
Alida keek Van der Velden onderzoekend aan. 'Nee mijnheer, die naam ken ik niet.'

Later in de middag arriveerde de auto weer in Dordrecht. Van der Velden liep direct naar het huis van juffrouw Kuiper. Willem Verschoor stond op de stoep voor zijn winkel en deed net of hij zijn zinken emmers aan het rangschikken was, maar in werkelijkheid had hij de auto van de commissaris al zien aankomen. Hij gluurde tussen een streng afwasborstels en een laken door naar de verrichtingen van de politiemensen. Het laken had zijn vrouw vanmorgen met knijpers voor de etalage opgehangen tegen de felle zon. Het gaf wel wat schaduw maar beperkte ook ernstig het zicht. Nee maar, wat had die brombeer van een Van der Velden nou bij zich?
De commissaris droeg het broodmes en liep met grote stappen naar het huis van juffrouw Kuiper. Hij belde aan en hield het broodmes als een trofee omhoog.
Gerda zwaaide de deur open en keek verbaasd van de commissaris naar het mes. 'Nou moe, daar zal je 't hebben, dat is ons broodmes! Hoe komt ú daar nou aan?'

Deel 5 van Wie vermoordde Alida op de Merwekade kun je lezen vanaf zondag 5 mei.

Uitgelichte foto is het Veerplein in Zwijndrecht eind jaren 20. @ Regionaal Archief Dordrecht

21-04-2019
Hallo Dordrecht Feuilleton: Wie vermoordde Alida op de Merwekade? (3)

Wie vermoordde Alida op de Merwekade? is geschreven door Caty Groen en verscheen als feuilleton 'Zomer in Middeldorp in 1928' in verschillende huis-aan-huiskranten. Het verhaal is bewerkt voor Hallo Dordrecht.

Deel 3

 

Wat vooraf ging

Op een zomerse ochtend in 1928 wordt het levenloze lichaam van Alida de Jong gevonden op de Merwekade in Dordrecht met naast haar een bebloed broodmes.

'Maak jij het achterste knoopje eens dicht, Sien. Allemensen wat is het warm met zo'n stijve boord, het liefst was ik in hemdsmouwen gegaan.'
'Niks ervan. Als je dan toch weg moet, dan ga je netjes. Ik wil niet dat je als een landloper de straat afschuimt. Eigenlijk vind ik dat je helemaal niet weg kan gaan. Met die politiemensen hier in huis geeft het geen pas. De burgemeester is je werkgever, nota bene. Je kan toch het huis niet uit gaan alsof er niks aan de hand is?'
Barend Klein voelde hoe zijn vrouw Sientje het laatste knoopje van zijn boord vastmaakte aan zijn smetteloos witte overhemd. Terwijl zweetdruppels parelden op zijn goedig gezicht, voelde hij de ijskoude vingers van zijn vrouw in zijn nek. Onwillekeurig rilde hij even.
'Sta toch stil, Barend.'

Kuipershaven @stock

Daghitje Mientje werd tijdelijk in huis genomen voor dag en nacht zolang de politie zo vaak over de vloer zou komen in het grote burgemeestershuis aan de Kuipershaven. Politiepost 3 aan het Groothoofd was niet geschikt voor grote zaken en de moord op Alida de Jong had een heel rechercheteam op de been gebracht. Commissaris van der Velden kwam de moord hoogstpersoonlijk oplossen en nam met zijn hulpje Leo mee. Volgens Van der Velden zou het goed zijn voor de ontwikkeling van de jongen als die zou zien hoe hij de moord wel eventjes oploste. Per slot van rekening was hij niet voor niets commissaris geworden. Dat vergt wel de nodige speurderskennis.
Toch waren er al dagen verstreken en was Van der Velden nog geen stap verder gekomen met zijn onderzoek.

Leo voelde zich het meest thuis in de keuken van het burgemeestershuis. Terwijl Van der Velden iedere dag voor het diner een glaasje sherry dronk met burgemeester jonkheer Von Franckenvoort, hing Leo met zijn lange dunne lichaam onderuit op een stoel en lachte heel wat af met Clara. Bij de vrolijke kokkin was het heel wat gezelliger dan boven bij die twee oude heren, hoewel Van der Velden vond dat Leo meer in zijn buurt moest blijven zodat hij wat kon leren. Steevast vroeg de jonkheer aan de commissaris of er die dag nog nieuws te melden was en Van der Velden wijdde dan breedsprakig uit. Leo vond het meer het opwerpen van een rookgordijn dan een heldere uitleg. Van der Velden deed gewichtig over alle mensen die hij die dag had gehoord in verband met het onderzoek, maar eigenlijk had hij niets nieuws te melden.
Ze troffen bij de burgemeester wel een goed kosthuis. Clara kon heerlijk koken, de bedden in de logeervertrekken sliepen opperbest en het tuinkamertje was met een tafel en twee stoelen omgebouwd tot een kantoortje voor Van der Velden en Leo. Nee, beter konden ze het niet treffen. Het is dat die moord opgelost moest worden, anders kon Leo het hier nog best een poosje uithouden.

 Die gewichtigdoenerij moest hem niet te lang duren anders ging die commissaris maar een poosje bij de dokter in huis of zo

'Gaat dat wel lukken met mijn tomatensoep?' lachte Clara toen ze Barend Klein binnen zag komen in zijn witte overhemd. Sientje kwam achter hem aan. 'Ik heb ook al gezegd dat het geen pas geeft dat hij nu weggaat. Met alles wat er gebeurd is en met de politie in huis.' Ze wierp een wrevelige blik op Leo die achter Clara's rug een stuk geroosterd brood in zijn mond stak en snel zijn lange benen binnen boord haalde omdat Barend er anders over gevallen zou zijn.
'Vrouw, nou moet je toch ophouden. Ik ga al vijfenveertig jaar iedere maandagavond naar de mannenvereniging. Wou je mij nu verbieden om daar naar toe te gaan omdat er een commissaris bij de burgemeester logeert? Dat is toch te gek om los te lopen, wat jij Leo.'
'Maar vergeet niet dat je door het donker terug moet. Het is wel augustus maar de dagen gaan al korten.'
'Hahaha, malle vrouw van mij.'

@ stock

'Nog nieuws vandaag, mijn beste?'
De burgemeester pakte de karaf met sherry van het zilveren dienblad en liep eerst naar zijn echtgenote om haar glaasje bij te vullen.
'Dank je, lieve.' Mevrouw Von Franckenvoort glimlachte een beetje vermoeid naar haar man. Ze zou er alles voor geven om deze momenten weer samen met haar man door te kunnen brengen. De logeerpartij van de politie onder hun dak had wat haar betreft lang genoeg geduurd. Niet dat Van der Velden en die jonge jongen lastig waren, maar Van der Velden was wel erg aanwezig. Weinig bescheiden ook. Ze hield juist zo van dit moment van de dag als ze zich had omgekleed in haar avondjapon en voor het diner nog even gezellig praatte met haar echtgenoot. Hij heeft het altijd druk met het besturen van de stad, zij is druk met haar werk voor de kerk, liefdadigheid en visites maken.
Van der Velden stond wijdbeens voor het open raam. Ze had een hekel aan mannen die wijdbeens stonden maar ze bevroor een glimlach op haar gezicht en veinsde belangstelling.
De stem van Van der Velden zakte naar gewichtig niveau. 'Tja burgemeester, wat zal ik zeggen. Ik heb opnieuw veel onderzoek gedaan en ben nog op de plaats delict geweest met de jonge Leo. Niets gevonden, niets gevonden maar een mens kan nooit zeker genoeg zijn van zijn zaak. Opnieuw heb ik die lorrenman Stoffel gesproken die het lichaam van de onfortuinlijke juffrouw De Jong vond. Niets nieuws, niets nieuws maar een mens kan nooit zeker genoeg zijn van zijn zaak.'
Een klein klopje op de deur en Leo kwam binnen met een grote, bruine dienstenvelop. 'Aha, dat zal de uitslag zijn van het onderzoek op het moordwapen. Geef maar hier, Leo.'
Van der Velden begon te lezen en keek na enige tijd op. De burgemeester trok vragend zijn wenkbrauwen op. Die gewichtigdoenerij moest hem niet te lang duren anders ging die commissaris maar een poosje bij de dokter in huis of zo.
'Het broodmes is afkomstig uit een cassette waar er vroeger maar één van is gemaakt. Het wapen van de zilversmid staat er in. Het is een zilversmid uit Zwijndrecht.'
Burgemeester Von Franckenvoort boog voorover. Misschien dat hij toch maar moest wachten met de commissaris uit logeren te sturen.
'Een zilversmid uit Zwijndrecht, zeg je? Die juffrouw De Jong kwam oorspronkelijk toch ook uit Zwijndrecht, is het niet?'

Deel 4 van Wie vermoordde Alida op de Merwekade? kun je lezen vanaf zondag 28 april.


14-04-2019
Hallo Dordrecht Feuilleton: Wie vermoordde Alida op de Merwekade? (2)

Wie vermoordde Alida op de Merwekade? is geschreven door Caty Groen en verscheen als feuilleton 'Zomer in Middeldorp in 1928' in verschillende huis-aan-huiskranten. Het verhaal is bewerkt voor Hallo Dordrecht.

Deel 2

Wat vooraf ging

Het is 1928 en aan de Dordtse Merwekade is een moord gepleegd. Winkelier Willem Verschoor kreeg het nieuws uit de eerste hand van lorrenboer Stoffel die het lichaam vond. De 27-jarige Alida de Jong vond. Ze was nog maar 27 jaar oud.

Hoofdschuddend keek Gerda naar haar mevrouw die liep te ijsberen door de salon. Heen langs de koffietafel en terug langs de schouw. Dan even stilstaan voor het raam dat uitkeek op de Wijnstraat en hup daar ging ze weer, langs de koffietafel terug.
Met de stofdoek in haar hand deed Gerda alsof ze druk bezig was in de achterkamer, maar ondertussen hield ze juffrouw Kuiper in de salon scherp in de gaten. Mevrouw leek wel een beetje kierewiet, dacht Gerda. Kijk haar nu marcheren, het kleed slijt gewoon van al die kilometers en ze loopt met haar hoofd naar beneden alsof ze dubbeltjes zoekt.
Gerda vermoedde dat juffrouw Kuiper van slag was door wat er op de Merwekade was gebeurd. Het was een drukte van jewelste in de binnenstad met veel politie en allerlei volk op de been. Nou ja, het was natuurlijk ook niet niks. Een moord in Dordrecht en zo vlakbij, het lijkt wel wildwest.
De stem van juffrouw Kuiper knalde plotseling door de achterkamer. 'Gerda, ben je nu nog niet klaar? Vooruit, schiet eens op. Ik ga zelf wel even naar de bakker.'
Met haar hand tegen haar keel, de stofdoek er tussenin geklemd, hijgde Gerda nog na. Mensenkinderen, is me dat schrikken. Die juffrouw Kuiper had er wel vaker een handje van haar de stuipen op het lijf te jagen. Op stille schoenen kon ze ineens in de slaapkamer staan, waar Gerda zingend de bedden luchtte. Als ze zich dan omdraaide, schrok ze zich wild van het zure gezicht van mevrouw. En wat zijn dat voor fratsen om naar de bakker te gaan. Ze hadden toch helemaal niets nodig van de bakker?

 

Ze zat altijd voor het raam en genoot van de levendigheid in de Wijnstraat

 

Juffrouw Kuiper had die ochtend al vroeg over het drama gehoord van Willem Verschoor die het in geuren en kleuren vertelde en sindsdien had ze geen rust meer. Ze zat altijd in een gemakkelijke leunstoel voor het raam en genoot van de levendigheid in de Wijnstraat waar niets ontsnapte aan haar nieuwsgierige blik. Maar de drukte die er nu in de straat heerste, maakte haar zenuwachtig. Moord was andere koek, daar viel niet mee te spotten. Ze stapte de bakkerswinkel in waar het drukker was dan normaal.

Wijnhaven © Regionaal Archief Dordrecht

'Een mens is nou eenmaal niet te doorgronden', zei de bakkersvrouw terwijl ze zes eclairs in een zakje schoof voor het dienstmeisje van de notaris. Ondertussen probeerde ze zoveel mogelijk klanten bij het gesprek te betrekken. 'Goeiemorgen juffrouw Kuiper, ik zie u hier nooit op dit uur van de dag. Het is me toch wat, heeft u het ook gehoord van die juffrouw De Jong? Ze zeggen dat het moord is. Nu ik het zo zeg geloof ik niet dat ik het woord moord ooit eerder heb uitgesproken. Het is gewoon verschrikkelijk allemaal. Anders nog iets, Dinah? Ik schrijf het op in het boekje, hoor. Groeten aan meneer de notaris.'

De bakker, die op het plaatsje achter de bakkerij een poosje had staan praten met Willem Verschoor, kwam met een blik vol spritsen vanuit de bakkerij de winkel in. 'Goedemorgen dames, wie had gedacht dat we in Dordt ineens wereldnieuws zouden worden? Het staat vanavond vast in de krant. Mensenkinderen, het lijkt hier wel Amerika. Wat jij, juffrouw Kuiper? Je hebt het ook vast al gehoord, die Alida is om zeep geholpen met een broodmes zo groot als… als…'
'Een broodmes is een broodmes, bakker,' zei juffrouw Kuiper bits. 'Nou moet je niet gaan aandikken.'
'Dat zei ik ook al tegen die grote fantast Willem Verschoor,' lachte kokkie Clara Maas, die luxe bolletjes kwam halen voor de lunch. 'Laten we nou niet doorschieten met z'n allen.'
Juffrouw Kuiper knikte minzaam naar Clara. 'Zo mag ik het horen, overdrijven is ook een vak.'
De bakker, die juist sappig wilde uitweiden over zijn gesprek van zo-even met Willem Verschoor, zweeg verschrikt.

Wijnstraat. © Regionaal Archief Dordrecht

Juffrouw Kuiper had een beetje spijt van haar bezoek aan de bakkerij. Van roddel werd ze niet veel wijzer. Met een zakje sprits stapte ze de winkel uit. Het was enorm druk in de Wijnstraat, veel drukker dan anders. Het leek wel of alle dienstmeisjes kleedjes moesten kloppen, links en rechts werd ze gepasseerd door voetgangers en het geluid van ratelende karren weerklonk tegen de hoge huizen. Juffrouw Kuiper besloot met een kleine omweg naar huis te wandelen en even later liep ze op de Kuipershaven waar juist een grote auto tot stilstand kwam. Ze hield haar pas in en zag een oudere heer uit de wagen stappen, gevolgd door een puisterige jongeman. Ook agent Blaauw van Politiepost 3 naast de Groothoofdspoort aan de waterzijde, stapte met een gewichtig gezicht uit de auto. De voordeur van het grote burgemeestershuis ging open en huishoudster Sientje verscheen in de deuropening, nerveus in haar handen wrijvend. Toen de oudere heer bij de deuropening was, zei ze: 'Komt u verder, commissaris.'
Aha, de politie gaat in vol ornaat de burgemeester op de hoogte brengen, dacht juffrouw Kuiper. Voordat hij naar binnen stapte keek de commissaris de straat in en een fractie van een seconde kruiste zijn blik die van juffrouw Kuiper. Wel wel, dacht commissaris Van der Velden toen hij de vrouw zag met het onnozele zakje van de bakker in haar hand. Dat is vast het nieuwsgierige aagje van de binnenstad. Iedere stad of dorp heeft zo iemand. Binnenkort maar eens een praatje met haar maken.

In het huis van juffrouw Kuiper wilde Gerda alvast beginnen met de voorbereidingen voor de lunch, maar het leek wel of werkelijk alles tegenzat vandaag. Voor de derde keer deed ze alle keukenladen open. Waar was nou toch het broodmes?

Deel 3 van Wie vermoordde Alida op de Merwekade? kun je lezen vanaf zondag 21 april.


07-04-2019
Hallo Dordrecht Feuilleton: Wie vermoordde Alida op de Merwekade? (1)

Wie vermoordde Alida op de Merwekade? is geschreven door Caty Groen en verscheen als feuilleton 'Zomer in Middeldorp 1928' in verschillende huis-aan-huiskranten. Het verhaal is bewerkt voor Hallo Dordrecht.

Deel 1

Clara zat verslagen aan de keukentafel. Wat haar zojuist werd verteld ging haar verstand te boven. Haar handen rustten in haar schoot en ze staarde voor zich uit. 'Hoe bestaat het,' zei ze tegen niemand in het bijzonder.

Willem genoot en keek triomfantelijk de tafel rond. Eindelijk had hij iets belangrijks te vertellen, hingen ze ook eens aan zijn lippen. Hij, Willem Verschoor, eenvoudig winkelier te Dordrecht, had gewichtig nieuws. Er werd naar hem geluisterd, ze wilden alles weten. Het naadje van de kous, de hoed en de rand.
Hij kon het niet tot in de finesses te vertellen, maar dat was niet zo belangrijk. Wat hij niet precies wist, fantaseerde hij erbij. Voornaamste was dat hij succes boekte. En succes had hij.

Clara Maas, kokkin in het grote burgemeestershuis, kon het niet geloven. En Mientje, het daghitje, durfde niet aan de keukentafel te gaan zitten. Ze stond roerloos naast het aanrecht.
Barend en Sientje zaten hand in hand. Het echtpaar werkte al jaren bij burgemeester jonkheer Von Franckenvoort en ze bewoonden het kleine huisje in de enorme achtertuin van het voorname huis aan de Kuipershaven in Dordrecht.
Barend keek naar Sientje die witjes naar de blank geschuurde keukentafel tuurde en nog geen woord had gezegd. Hij maakte zich zorgen om zijn vrouw. Hoewel ze nooit erg mededeelzaam was, had ze al die tijd nog geen woord uitgebracht.
Clara was de eerste die probeerde structuur in haar hoofd te krijgen en vroeg: 'Zeg nou nog eens precies waar ze is gevonden?'
Blij van dienst te zijn gaf Willem Verschoor antwoord. 'Op de Merwekade, net voorbij de Hoefijzerstraat en de kolenloods. Ze lag pal naast het vrijersbankje, achterover met haar armen wijd. Ze is neergestoken met een broodmes zo groot als...als...'
Koortsachtig zocht Willem naar geschikt vergelijkingsmateriaal en hij maakte aanstalten om zijn handen een flink eind uit elkaar te houden.
Clara, ineens helder, stond op. 'Nu moet je niet gaan overdrijven Willem. Een broodmes is een broodmes en geen zeis en ik denk dat we nu allemaal wel toe zijn aan een vers bakkie.'
In de politiepapieren stond dat in de vroege morgen van 13 juli 1928 het levenloze lichaam gevonden was van de 27-jarige Alida de Jong. Naast haar lag een bebloed mes.

De Merwekade © Regionaal Archief Dordrecht

Lorrenboer Stoffel, al vroeg op pad naar het Papendrechts veer met een handkar vol spullen, had Alida de Jong zien liggen en kreeg de schrik van zijn leven. Hij liet de kar staan en liep op een holletje naar Politiepost 3 naast de Groothoofdspoort. Buiten adem had hij zo hard op de deur gebonkt dat de zelfs de buren naast de politiepost slaapdronken hun hoofd uit het bovenraam staken.
Veel later, toen hij wat was gekalmeerd, liep Stoffel naar zijn vriend Willem Verschoor van de potten- en pannenwinkel in de Wijnstraat. Zowel Willem als Stoffel dreven een ietwat onduidelijke handel in tweedehands spulletjes. Verschoor verkocht in zijn winkel huishoudelijke artikelen zoals zinken emmers, borstels, dweilen en zeepkloppers. Maar in het schuurtje achter de winkel vond vaak nog andere handel plaats van artikelen waar Stoffel voordelig aan kon komen. Het was tamelijk onschuldig allemaal, zolang vrouw Verschoor er maar geen lucht van kreeg want dan had je de poppen aan het dansen.
Haarfijn had Stoffel bij Willem uit de doeken gedaan hoe hij Alida, die keurige juffrouw, hartstikke morsdood had gevonden. 'Een mes man, niet te geloven zo groot! En haar ogen, wijd opengesperd alsof ze verbaasd was.'
Dat Stoffel vreesde nooit meer te kunnen slapen van die ogen, vertelde hij er niet bij. Vurig bad hij dat de dode ogen van Alida de Jong hem niet tot in lengte van dagen zouden achtervolgen.
Willem Verschoor kon bijna niet wachten tot Stoffel weer weg zou gaan en hij zelf de buurt op kon om het nieuws te verspreiden.

 

Clara zag haar vaak op het drukke Scheffersplein als er markt was en ze boodschappen ging doen

 

Later die dag schudde kokkie Clara nogmaals het hoofd. Die juffrouw Alida, wie had gedacht dat ze op zo'n rare manier aan haar eind zou komen? Ze kende Alida de Jong oppervlakkig, had haar altijd een onbeduidend grijs muisje gevonden. Knap gezichtje, dat wel, maar verder eigenlijk nietszeggend. Clara zag haar vaak op het drukke Scheffersplein als er markt was en ze boodschappen ging doen. Juffrouw Alida was dan op weg naar de juwelierswinkel op de Voorstraat waar ze de administratie deed in het kleine kantoortje achter de winkel. Achter de toonbank zag je haar niet vaak. Aan het einde van de middag wandelde ze weer terug en verdween in haar huisje onderaan aan de Mattenkade. Zo ging het dag in dag uit.

Wijnhaven © Regionaal Archief Dordrecht

Juffrouw Alida was in Zwijdrecht geboren, maar dat wist bijna niemand. Ze was voor iedereen een grijze juffrouw op weg naar haar werk en een grijze juffrouw die terugkwam van haar werk. Niets op aan te merken, niets bijzonders.
En die juffrouw was nu doodgestoken gevonden aan de Merwekade. Naast het vrijersbankje nog wel. Het vrijersbankje werd zo genoemd omdat er al heel veel stelletjes op die plek verkering kregen. Wie een eindje langs de havens ging wandelen, sjans kreeg en op het vrijersbankje ging zitten was vrijwel zeker van een verloving na verloop van tijd. Het vrijersbankje was er beroemd om. Helemaal geen plek voor juffrouw de Jong, vond Clara.

Deel 2 van Wie vermoordde Alida op de Merwekade? kun je lezen vanaf zondag 14 april.


Naar de shop
De leukste dingen uit Dordrecht koop je hier
Realisatie Acadia | Design Twin Creations